Op 12 november stroomde buitenplaats de Blauwe Meije vol met agrarisch ondernemers, beleidsmakers, onderzoekers, vertegenwoordigers van natuurverenigingen en andere geïnteresseerden voor de bijeenkomst Weidse Vergezichten, georganiseerd door ACCEZ. Hieronder vindt u een verslag van deze inspirerende en informatieve dag. Zie ook de video hieronder voor een visuele impressie.

 

Boeren van Toen

Annelli Janssen nam ons mee op een reis naar het Groene Hart van de 19e eeuw, zoals weergegeven door de schilders van de Haagse school. Aan de hand van de thema’s water, landschap, arbeid, familie en de stad vertelde ze hoe het boerenleven van toen eruit zag, maar legde daarbij ook de link naar de maatschappij van nu. Hoewel het Groene Hart nog steeds gevormd wordt door water, het boerenleven arbeidsintensief is, en familie nog steeds een grote rol speelt, bevindt een boerenbedrijf zich nu in een wereldmarkt in plaats van een lokale context.

 

Boeren van Nu

Lian Tan legde door middel van vermakelijke en informatieve filmpjes uit wat het principe is van de Herenboeren. Met 200 gezinnen vormt de herenboerderij een coöperatie die een boer in dienst neemt. Door de verbinding te zoeken met de enthousiaste leden en de boer, produceren zij samen duurzaam voedsel.

Saskia Joha vertelde hoe zij altijd al boerin heeft willen worden, en hoe Hoeve Kazan is gegroeid van enkele koeien en schapen naar 45 Limousine koeien. Het biologisch vlees wordt direct aangeboden aan de consument en Saskia en haar man stellen de natuur centraal met initiatieven als kruidenrijk grasland, weidevogelbeheer en een voedselbos.

Met mooie plaatjes van cranberry’s op de achtergrond legde Bart Crouwers uit dat cranberryteelt een alternatieve landbouwvorm is die de veenoxidatie en daarmee bodemdaling stopt. Dit laat zien dat landbouw en natuurbeheer heel goed samen kunnen gaan. Het vergt geduld, maar cranberry’s kunnen de basis vormen voor een goed renderende agrarische onderneming.

Joost van Schie deelde zijn visie voor de Eenzaamheid met ons. Met zijn economische achtergrond is hij altijd op zoek naar nieuwe verdienmodellen om natuurlijke ecosystemen te verrijken. Op een aantal percelen van de Eenzaamheid experimenteert Joost met andere vormen van landbouw. Hiermee gaat hij de strijd aan met monoculturen.

 

Workshop 1: Aan de slag met de boerenlandschappen van nu

In de eerste workshop-ronde gingen we aan de slag met het Transformatieve businessmodel, uitgelegd door PJ Beers. Dit model is een manier om een verdienmodel te omschrijven, waarbij ook de veranderende maatschappelijke context in kaart wordt gebracht, zie de visualisatie hieronder. De deelnemers gingen in groepen werken aan het reconstrueren van het verdienmodel van de vier inspiratoren: wat zijn hun centrale waarden, hoe worden die geproduceerd, en bij welke maatschappelijke veranderingen kunnen zij aansluiten om hun verdienmodel rond te krijgen?

De uitkomsten waren zeer kleurrijke weergaves van de boerenbedrijven. Hoewel de inspiratoren zeer verschillende bedrijven hebben, zijn zij allen bezig met ecologische waarden zoals biodiversiteit, natuurherstel, kringloop, etc. Deze waarden resulteren in een exclusief product (biologisch vlees, biologische kaas, cranberry’s, duurzaam voedsel), waarbij de herkomst lokaal is en traceerbaar. Voor dit exclusieve product betaalt de consument doorgaans meer dan gemiddeld en de manier van produceren geeft mogelijkheden voor samenwerkingen met partijen zoals de vogelbescherming, een gemeenschap van burgers en lokale overheden. 

Wat opvalt is dat de bedrijven de gangbare supermarkt overslaan in de productieketen. De bedrijfsvoering van de inspiratoren sluit aan bij maatschappelijke discussies over gezond eten, lokale productie en minder vlees (maar van betere kwaliteit). De institutionele uitdagingen waarmee deze bedrijven te maken hebben zijn o.a. dat niet-duurzame producten nog te goedkoop zijn, dat het beleid nog teveel gericht is op groei door opschaling, en dat wetgeving gericht is op maatregelen in plaats van de doelen.

 

Workshop 2: Boerenlandschap van de toekomst

In de tweede ronde stonden de bedrijven van de agrarische deelnemers centraal. Met het transformatieve verdienmodel als vertrekpunt brainstormden de groepen over hoe de bedrijven hun verdienmodel rond kunnen krijgen in deze veranderende maatschappij. Een greep uit de inzichten die hieruit voort kwamen:

  • In de maatschappij lijkt er de laatste tijd meer aandacht te bestaan voor natuurlijke processen en een meer natuurlijke manier van voedselproductie.
  • Er bestaat een valse tegenstelling tussen landbouwgebied en natuurgebied: landbouw kan in principe goed samengaan met natuur.
  • Het boerenbedrijf is afhankelijk van vele andere partijen, onder andere de (zuivel)afnemer, de overheid, banken en de supermarkt.
  • We zien een opkomst van het multifunctionele bedrijf, waarbij er bijvoorbeeld meerdere producten worden aangeboden, biobased producten worden geteeld, of er ruimte is voor toerisme

 

Reflecties van de onderzoekers van ACCEZ

Suzanne Roelen

Over het algemeen hebben we dankzij deze bijeenkomst een heel mooie basis gelegd, waardoor er hopelijk/waarschijnlijk nieuwe en mooie samenwerkingen in het verschiet liggen. Het heeft mij de kans gegeven om uit de eerste hand te vernemen wat er speelt en wat er leeft.

Verder viel het mij op dat ecosysteemdiensten niet zozeer beschouwd werden als een (kern)waarde, maar voornamelijk werden gezien als een vanzelfsprekendheid die voortkwam uit de de manier waarop een boer boerde. “Dat doen we gewoon” Dit duidt op een gat tussen enerzijds het feit dat boeren al veel meer doen, zonder dat ze expliciet maken dat ze dat doen, en anderzijds het feit dat bijvoorbeeld overheidsinstanties  denken/vinden dat er niet genoeg gedaan wordt. Bovendien is voor ons als onderzoekers een ecosysteemdienst een algemeen bekend begrip, terwijl dat voor anderen niet het begrip is dat men gebruikt om daarmee de extra diensten die voortkomen uit hun manier van boeren te benoemen. Taal speelt hierin dus een belangrijke rol.

Er vindt er een verschuiving plaats van enkel het produceren van producten naar het produceren van producten en diensten - hoe kan men dat dat in een businessmodel plaatsen? En wat is dan de meerwaarde van ecosysteemdiensten in een verdienmodel?

 

Alette Opperhuizen

Mijn perspectief op het Weidse vergezicht is dat er veel boeren zoeken naar nieuwe vormen van waardencreatie voor hun bedrijf en hun omgeving. De fase van bewustwording over de sterk uitgeholde monocultuur heeft allang plaatsgevonden bij de deelnemers van de workshop. Er wordt mijns inziens vaak gesproken over ‘het roer omgooien’. Mijn idee is dat het roer omgooien voor veel boeren niet werkt, en slechts is toebedeeld aan een zeer kleine groep. Ik geloof dat met een kleinere koerswijziging een veel grotere groep mee kan en wil gaan. Ik denk dat er teveel risico’s liggen bij de rigoureuze transformatie voor individuen; financiële onzekerheden, te weinig kennis en expertise voor een niche, lange adem met hoge transitiekosten, hoge tijdsinvestering in een gedegen marktverkenning, en een aantasting van het familieleven door hoge werkdruk en stress. Echter zie ik veel kansen in verandering in kleine stappen voor de al bestaande boeren. Hierbij gaat een boer een transformatie aan op basis van een klein deel van zijn/haar bedrijf. Een klein stuk land wordt heringericht, passend bij de nieuwe bedrijfswaarden. Als laatste denk ik dat veel boeren veel innovatiekracht hebben als zij aan het begin een beetje geholpen worden. Ik zie een mooie kans voor lokale overheden om een ondersteunende rol te vervullen in deze kleine transitie. Snel gezamenlijk het erf op dus!

 

Annelli Janssen

Wat mij opviel aan de dag is ten eerste de verscheidenheid aan deelnemers. Ik denk dat we een mooie combinatie van agrarisch ondernemers, beleidsmakers, onderzoekers en andere landbouw- en natuurexperts aan tafel hadden. Dat sluit goed aan bij mijn onderzoeksvraag: hoe kunnen we de samenwerking tussen dit soort diverse partijen bevorderen?

Inhoudelijk vond ik het opvallend dat het goed lukt om verdienmodellen van natuurinclusieve bedrijven rond te krijgen op basis van een exclusief product, waarvoor consumenten bereid zijn meer te betalen. Er zit echter een maximum aan het aantal bedrijven dat deze strategie kan hanteren: niet iedere consument in Nederland kan zich exclusieve producten veroorloven. Het rondkrijgen van de verdienmodellen van meer “gangbare bedrijven” was een grote uitdaging. Deels komt dit doordat deze bedrijven deel zijn van een bepaalde keten, waarbij de andere ketenpartijen ook moeten meebewegen. Maar ik zie ook een grote rol weggelegd voor overheden: we moeten omstandigheden creëren waarbij het omschakelen naar natuurinclusieve landbouw financieel aantrekkelijker wordt.

 

Toekomst

Inhoudelijk gaan de onderzoekers goed nadenken over de resultaten van de dag. Welke ecosysteemdiensten hebben de meeste kans van slagen in het Groene Hart? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat meer bedrijven hun verdienmodellen op een natuurinclusieve manier rond krijgen? Hoe kunnen we de samenwerking tussen verschillende partijen bevorderen? En welke institutionele obstakels kunnen we wegnemen of omheen werken? Deze vragen nemen wij mee in de voorbereiding en organisatie van een volgend evenement.

 

Het ACCEZ-team van Groene Hart Circulair

 

 

 © Copyright - Groene Hart Werkt

Back to Top